Zwarte Vrijdag is altijd een gekkenhuis. Overal zie je reclames voor spullen die met grote korting worden verkocht. Mensen staan in lange rijen en duwen om maar iets goedkoops te pakken te krijgen. Het lijkt wel alsof iedereen denkt dat je alleen op deze dag echt goed kunt kopen. Het draait om ‘de deal’, om zoveel mogelijk geld besparen, of je het nu nodig hebt of niet.
De meeste mensen zijn dan ook op zoek naar de beste koopjes. Ze vullen hun winkelwagentjes met van alles en nog wat, blij dat ze veel minder hebben betaald. Het voelt als een overwinning om iets goedkoop te scoren. Het idee is: hoe groter de korting, hoe beter. En we worden aangemoedigd om te kopen, kopen, kopen, want morgen is het misschien te laat.
Maar wat als je het eens helemaal anders doet? Wat als je op zo’n drukke dag juist iets koopt waar geen korting op zit? Stel je voor dat je een boek koopt, gewoon voor de volle prijs, terwijl de rest van de winkel afprijzingen schreeuwt. Dat is een beetje gek, toch? Toch zit daar een belangrijke gedachte achter die veel mensen missen.
Als je iets koopt zonder korting, puur omdat je het graag wilt hebben, dan laat je zien dat de prijs niet het belangrijkste is. Je kiest dan voor de waarde van het product zelf. Het gaat om de inhoud van dat boek, de mooie kaft, het verhaal dat je wilt lezen. Je laat je niet leiden door de haast of de druk om te besparen. Je maakt een bewuste keuze, voor jou alleen, los van de massa die achter de kortingen aanrent.
Misschien is dat wel de echte les van Zwarte Vrijdag. Het gaat er niet altijd om zo min mogelijk uit te geven. Soms is de grootste winst dat je kiest voor wat echt bij jou past en wat jij waardevol vindt. Zonder dat een kortingssticker je vertelt wat je moet kopen. Denk daar maar eens over na de volgende keer dat de prijzen je toelachen.